1. Op de rug en flanken het haar uittrimmen met de duim en wijsvinger. Men kan ook werken met de fijne kam. Dit gaat als volgt: de kam schuin in de vacht plaatsen, de duim op de haren plaatsen en trekken. Vervolgens de kam opnieuw in de haren plaatsen, duim erop en trekken. Met andere hand dient de huid te worden tegengehouden.
  2. Als de rug en flanken zijn afgewerkt, kan het zijn dat de haren nog te veel krul vertonen. Dan dient het haar te worden uitgedund met de effileerschaar. Men knipt tegen de haargroei in. Lange haren op de voorzijde van de voorbenen dienen te worden weggepIukt met behulp van de vingers of eventueel het trimmes.
  3. Aan de achterbenen moeten de haren op de voor- en achterzijde blijven staan, maar van de buitenzijde moet men de dode en losse haren wegplukken.
  4. Van de staart dient de pluim te worden uitgedund, waarna men eventueel uitstekende haren kan bijknippen. De haren aan de onderzijde van de staart dienen wat sterker te worden uitgedund.  Rondom de anus kan men de haren wegknippen.
  5. Het haar op de schedel en op de zijkant van de schedel dient te worden geplukt met duim en wijsvinger. Eventueel kan men het trimmes gebruiken als blijkt dat het ook met behulp van de trimduimen niet lukt. De aanzet van het oor tracht men zo laag mogelijk te maken door flink wat haar uit te plukken en de resterende haren daarna uit te dunnen met de effileerschaar.
  6. Aan de binnenzijde van het oor dient men het haar rondom de gehoorgang geheel weg te halen met de effileerschaar of handtondeuse.
  7. De hals wordt tot aan het borstbeen uitgedund met behulp van de effileerschaar.  Men knipt tegen de haargroei in. Ook de nek wordt uitgedund en men dient nu een gave aansluiting te bereiken tussen hals en nek, de schouderpartij en de rug.
  8. Het oor moet mooi glad aanliggen. Is er op dit punt van de hals nog wat te veel haar aanwezig, dan dient dit verder te worden uitgedund.
  9. De voeten moeten klein en rond zijn, zogenaamde kattenvoeten. Alle uitstekende haren dienen met de effileerschaar te worden ingekort en uitgedund. Daarna knipt men de voeten rond. Een platte voet dient aan de voorzijde iets te worden opgeknapt. Tussen de tenen mag geen haar worden weggeknipt. Wel dienen de haren tussen de voetzolen te worden weggeknipt. Vergeet niet ook de haren rondom het vijfde teentje aan de voorbenen uit te dunnen en bij te knippen.
  10. De hak dient glad af te lopen. Dit verkrijgt men door een behandeling met de effileerschaar of schaar.
  11. De hond kan nu geheel worden uitgeborsteld en gekamd. Eventueel knipt men de nagels.
  12. De hond wordt nu gewassen. Tweemaal een wasbeurt met shampoo kan nodig zijn. Steeds goed uitspoelen. Daarna een crèmespoeling aanbrengen, circa vijf minuten laten intrekken en grondig uitspoelen, afdrogen en föhnen. Tijdens het föhnen de haren in de groeirichting losjes opborstelen.
  13. Van de achterbenen worden de haren nu naar beneden gekamd. Haren die voorbij de hak hangen, worden afgeknipt. Uitstekende haren worden eveneens afgeknipt.
  14. Het buikhaar kammen en de uitstekende haren bijknippen.
  15. Van de voorbenen de haren naar beneden kammen en aan de onderzijde afknippen, zodat geen haren over de grond slepen.
  16. Indien nodig de hond naborstelen met de rubberborstel.
  17. Kleine haartjes in de gehoorgang worden uitgetrokken met de pincet. Eventueel de oren reinigen.De Engelse Springer Spaniël behoort iedere drie tot vier maanden te worden getrimd.  De voeten en de omgeving rondom de gehoorgang vaker trimmen. Het verdient aanbeveling de hond niet te vaak te wassen. Indien nodig afspoelen met schoon water, geen shampoo gebruiken.
X